• Ploegkoers: meeste medaillekansen in Tokio


    03 maart 2020
    #piste

België verliet de wereldkampioenschappen op de piste in Berlijn zonder één enkele medaille op zak. Toch is er hoop met het oog op de Olympische Spelen van Tokio. Want in de ploegkoers kwam ons land zowel bij de dames als bij de heren met solide prestaties voor de dag. Frederik Broché, technisch directeur bij Belgian Cycling, analyseert de prestaties van het Belgian Cycling Team in Berlijn, een belangrijke graadmeter met het oog op de Spelen van Tokio en – vier jaar verderop – die van Parijs.

Ploegenachtervolging vrouwen: gesneuveld op het veld van eer
283 duizendsten van een seconde: het vrouwenteam in de ploegenachtervolging liep de kwalificatie voor de Olympische Spelen van Tokio nipt mis. “Jammer”, aldus Frederik Broché. “Maar het is niet in Berlijn dat we onze kansen uit handen gaven. Erg spijtig, vooral omdat we met dit team een mooi parcours hebben afgelegd. De investeringen qua tijd en geld zijn niet tevergeefs geweest. Akkoord, we grijpen er net naast, maar dat is nu eenmaal de harde wet van de topsport.”

Voor Jolien D’Hoore betekende Berlijn het afscheid aan de discipline van de ploegenachtervolging. Lotte Kopecky beraadt zich nog over haar toekomst in dit nummer. “We hebben al een aantal potentiële opvolgers klaar”, laat Broché weten. “Met Shari Bossuyt, Julie De Wilde, Marith Vanhove en Katrijn De Clercq. En we praten straks nog met Lotte Kopecky. Misschien kan zij haar aandacht even afwenden van de piste om andere dingen te gaan doen. Om dan later terug te keren naar die oude liefde. Het kwalificatietraject wijzigt trouwens gevoelig, met drie manches in de Wereldbeker die pas zullen plaatsvinden in 2021. Dus hebben we tijd genoeg om ons te buigen over de haalbaarheid van een mogelijk nieuw ploegenachtervolgingsproject.”
Wat de heren betreft houdt Broché wat meer armslag. “Als je de prestatie van de Denen bekijkt… Met hun nieuwe wereldrecord van 3’44’’ staan wij plots met een achterstand van 12 seconden op ’s werelds beste ploeg. Wij waren dolblij als we de muur van de vier minuten konden slopen, maar om bij de beste acht landen van de wereld te horen moet je nog dik tien seconden sneller gaan fietsen, rond de 3’50’’. Misschien moeten we onze blik maar eens gaan verbreden, en kijken of er interesse is van jongens die voornamelijk op de weg actief zijn.”

Op niveau in de ploegkoers
Zowel bij de mannen (vijfde plaats voor het duo Kenny De Ketele-Robbe Ghys) als bij de vrouwen (vierde plek voor Jolien D’Hoore en Lotte Kopecky) mengde ons land zich in de strijd voor de podiumplaatsen. Frederik Broché: “We waren twee keer op rij niet het beste team, maar we hadden wel het niveau om mee te strijden voor een zilveren medaille. Een pluim die nog andere landen op de hoed konden steken, zò klein waren de verschillen in de subtop. België liet bij de mannen bijvoorbeeld een medaille liggen, pas in de laatste sprint. Dat bewijst dat er heel veel landen aan mekaar gewaagd zijn.”

Broché hoopt dat vooral de meisjes in Berlijn vertrouwen hebben getankt. “Want ze begonnen nogal aarzelend aan hun wedstrijd. Dus fietsten ze een tijdje achter de feiten aan. Maar er is dus nog ruimte om progressie te maken, zowel qua tactische aanpak als qua materiaalkeuze. Nu de meisjes niet meer in aanmerking komen voor de ploegenachtervolging zal dat D’Hoore en Kopecky meer tijd geven om zich nog specifieker te focussen op de discipline die hen het meeste kansen biedt op een medaille op de Olympische Spelen.”

Gecharmeerd door Fabio Van Den Bossche
Als vervanger van de geblesseerde Lindsay De Vylder kreeg de 19-jarige Fabio Van Den Bossche de kans zich met de allerbeste renners (Benjamin Thomas, Jan-Willem van Schip,…) te meten in het omnium. Toch zegde zijn prestatie méér dan de op het eerste gezicht bescheiden vijftiende plaats in de eindrangschikking. “Ik was gecharmeerd door Fabio’s manier van koersen’, laat Broché weten. “Van Den Bossche laat mooie dingen zien, hij leeft voor zijn sport. Hij was één van de lichtpuntjes van deze week.”

Onvoldoende in de keirin
Nicky Degrendele begon in Berlijn aan een uitzichtloze laatste kwalificatiepoging voor de Olympische Spelen: de voormalige wereldkampioene keirin moest 80 punten inhalen op Groot-Brittannië, 470 op de Verenigde Staten en 515 op Colombië. Het begin was veelbelovend met winst in de eerste reeks. Maar het verhaal strandde in de halve finales. Uiteindelijk finishte Degrendele op een tiende plek. De conclusie van Frederik Broché? “Het was niet goed. Er zijn een paar verzachtende omstandigheden, maar met haar potentieel moet Nicky Degrendele tot méér in staat zijn. Ik hoop dat ze zichzelf de juiste vragen stelt.”

Tekst: James Odvart
Foto’s: Wim Hoste

Recent

  • #weg

    Veiligheid primeert

    06 juli 2020
    Belgian Cycling kijkt uit naar stages en koersen met nationale ploegen  De laatste renners die het shirt van Belgian Cycling...
  • #weg

    "Alleen topwedstrijden blijven over"

    10 juni 2020
    Sportsecretaris Xavier Vandermeulen ziet 85 procent van de koersen op de Belgische kalender geschrapt Heel langzaam zetten we met zijn...
  • #weg

    Streven naar maximale prestaties: Belgian Cycling start langdurige samenwerking met INSCYD

    03 juni 2020
    INSCYD en Belgian Cycling hebben zonet een vierjarige samenwerkingsovereenkomst ondertekend. Dit partnerschap richt zich op alle disciplines binnen onze federatie....
Menu