• Bondscoaches laten renners ook in turbulente coronatijden niet los


    21 mei 2020
    #weg

Microsoft Teams. Zoom. Messenger. WhatsApp. Instagram. SMS. En het goeie oude telefoongesprek. De bondscoaches van de federatie gebruiken een arsenaal aan communicatiemiddelen om in contact te blijven met hun kernrenners. Want ook al houdt de coronacrisis iedereen zoveel mogelijk in zijn of haar eigen kot en heeft geen enkele renner momenteel zekerheid over het eigen competitieprogramma, dat betekent niet dat de band met hun coach bij de nationale ploeg verflauwt. Belgian Cycling informeerde de renners die in de nationale kernen zitten eerder in groepsgesprekken met coach, dokter en trainer over hoe te leven en trainen in coronatijden. Maar daar houdt het niet bij op. Want de deur van Rik Verbrugghe (Weg Heren U23 & Elite), Carlo Bomans (Weg Heren Junioren), Ludwig Willems (Weg Dames), Nicky Cocquyt (Piste Jeugd), Peter Pieters (Piste), Filip Meirhaeghe (MTB), Chris Jacobs (BMX) en Sven Vanthourenhout (Veldrijden) blijft voor hun atleten openstaan. Voor een losse babbel, voor trainingstips en – af en toe – voor wat peptalk in bange dagen.

WhatsApp is de meest gebruikte communicatievorm in de informatie-uitwisseling tussen coach en renner. “Ik stuur voortdurend berichtjes naar mijn atleten”, laat Rik Verbrugghe weten. “Natuurlijk is er af en toe wel uitwisseling van informatie met de profrenners, maar al bij al kunnen die in eerste instantie perfect terecht bij hun eigen entourage als ze problemen hebben. Mijn aandacht gaat in eerste instantie uit naar de beloftencategorie.” Net zoals de meerderheid van zijn collega’s organiseert Rik Verbrugghe af en toe ook groepsgesprekken via internet. “Als we informatie door te geven hebben die de hele groep aanbelangt is dat de makkelijkste weg.”

Belgian Cycling zette de voorbije weken videosessies voor de kernrenners in elke discipline op poten. Naast de bondscoach gaven ook artsen Kris Van der Mieren, Tom Teulingkx, Sam Moustie en Rik De Kinderen en trainingscoördinatoren Erwin Koninckx, Erwin Borgonjon en Jan Vancompernolle tekst en uitleg bij het onderwerp ‘Leven en Trainen in Coronatijden’. Nicky Cocquyt ging nog een stap verder. De pistecoach organiseerde samen met trainer Vancompernolle recent zelfs een tactische sessie en een groepstraining met het internet als (ver-)bindende factor. “Een gezamenlijke training op de rollen. Dat creëert een band op een moment dat je mekaar fysiek niet kan zien.”

 

Frequentie

Buikgevoel? Of systematisch werken met je agenda als leidraad? Carlo Bomans, Nicky Cocquyt, Rik Verbrugghe, Chris Jacobs en Sven Vanthourenhout kiezen alvast resoluut voor structuur in de frequentie van hun contacten met de renners. Carlo Bomans: “Dat kan ook niet anders, als je met een groep van een twintigtal renners zit. Ik volg hun sportieve activiteiten op TrainingPeaks en nadien praat ik daar met hen over. Voor mij is het belangrijk te weten hoe die jongens in hun vel zitten. Ik pak een namenlijst en werk die nauwgezet af.”

Een stelling die Nicky Cocquyt volmondig beaamt. “Ik verwacht van mijn atleten inzet, discipline en regelmaat. Dan hoor ik als coach zelf het goede voorbeeld te geven. Ik geef op gezette tijdstippen dus een teken van leven.” Daar sluit Rik Verbrugghe zich bij aan. “Om de twee weken horen mijn beloftenrenners iets van mij.”

Sven Vanthourenhout – een coach die zes categorieën van veldrijders onder zijn hoede heeft – gebruikt elke dag van de week om een andere groep aandacht te geven. “Eliterenners zijn mans genoeg om hun eigen boontjes te doppen. Natuurlijk staat mijn deur ook voor hen open, en er zijn wel degelijk af en toe contacten. Maar jeugdrenners hebben meer nood aan begeleiding en opvolging. Dus komen de heren junioren op maandag aan de beurt, de dames junioren op dinsdag, en zo gaat het verder.” Ook Chris Jacobs doet het op die manier. “Ik werk met drie kerngroepen van renners en ook ik concentreer me in eerste instantie op de jeugd. Die horen één keer per week iets van mij.”

Peter Pieters, Filip Meirhaeghe en Ludwig Willems zijn continu beschikbaar voor hun renners. Bij hen gebeuren de contacten met de atleten op een veeleer spontane manier. “Deze tijden zijn voor elke renner al moeilijk genoeg”, laat Peter Pieters weten. “De doorsnee-baanwielrenner zit momenteel nog in een periode van relatieve rust, dus hoef ik ze niet te overstelpen met informatie.”

Dat deed damescoach Ludwig Willems in het begin van de coronacrisis wel. “Ik bracht mijn rensters op de hoogte van de afgelastingen van wedstrijden en trainingsstages. Maar na verloop van tijd ben ik daarmee gestopt, omdat ik niet alleen maar slecht nieuws wilde brengen.”

Filip Meirhaeghe laat zich in zijn communicatie met de renners in eerste instantie leiden door zijn gevoel. “Ik volg hun activiteiten via TrainingPeaks en Strava, en sta in verbinding met hun trainers. Als ik genoeg informatie heb verzameld en ik zit met wat vragen, dan neem ik contact met hen op.”

 

Berusting

De acht bondscoaches bespeuren opmerkelijk weinig opstandigheid als ze de huidige coronacrisis en de weerslag daarvan op de wielrennerij aankaarten bij hun atleten. Berusting is de algemene teneur. De enige haard van onrust situeert zich in de juniorencategorie op de weg. Carlo Bomans: “Daar maken de tweedejaars junioren zich ernstig zorgen. Die willen in 2021 graag in een goed gestructureerde beloftenploeg terechtkomen, maar niemand krijgt de kans zich te bewijzen ten aanzien van potentiële geïnteresseerden. Ik probeer ze gerust te stellen met de melding dat iedereen in hetzelfde schuitje zit, maar ik merk dat dat slechts een pleister op een houten been is.”

Contacten met beloften en prof leerden Rik Verbrugghe dat de motivatie bij de renners enorm toenam sinds de UCI de ‘vervangkalender’ voor 2020 bekendmaakte. “Dat lucht op, dat kon ik duidelijk merken. Iedereen heeft weer een doel voor ogen.”

Ook de mountainbikers kregen recent concrete competitie-vooruitzichten voorgeschoteld. “Er is nog tijd genoeg om wedstrijdklaar te zijn als er in het najaar wordt gekoerst”, luidt de conclusie van Filip Meirhaeghe. Dat komt met name Panhuyzen en Schuermans niet slecht uit. “Op die manier kunnen Kevin en Jens de nodige tijd nemen om hun blessures goed te laten helen. En jongeren als Lukas Malezsewski, Pierre de Froidmont en Emeline Detilleux kunnen de tijd die ze nu nog hebben goed gebruiken om hun conditionele basis te verbeteren. Blijft dan nog Githa Michiels. Haar raadde ik aan het seizoen 2020 grotendeels uit haar hoofd te zetten en de focus te verleggen naar de Olympische Spelen van volgend jaar. Hopelijk pikt ze die goeie raad op. Komt er dit najaar voor haar nog iets moois uit de bus, des te beter. Maar we leggen er geen druk op.”

Komt binnenkort uit de bus van de UCI: een aangepaste kalender voor BMX. Voor iedereen bijzonder welgekomen, ook voor Chris Jacobs. “Tot dusver hield iedereen zich sterk. Al kon ik duidelijk merken dat het ongeduld hand over hand begon toe te nemen.”

Bij de sterkhouders op de baan is de insteek nog even anders. “Toppers als Robbe Ghys en Kenny De Ketele zijn momenteel geblesseerd”, laat pistecoach Peter Pieters weten. “Dus voor hen maakt deze competitieloze periode in wezen weinig uit.”

De veldrijders zijn een verhaal apart, meldt Sven Vanthourenhout. “Voor hen is het gewoon vervelend dat ze in de voorbereiding op de winter niet op de weg kunnen koersen. Maar over de mogelijke weerslag van de coronacrisis op de kalender maken ze zich blijkbaar weinig zorgen. De meeste renners gaan er op een of andere manier vanuit dat het allemaal wel goed zal komen eens het veldritseizoen echt op gang komt.”

Valkuilen

Wat is de voornaamste valkuil voor een renner in een periode zonder competitie? In normale omstandigheden dwaalt de blik dan automatisch af richting weegschaal. In corona-getinte tijden klinkt het antwoord van de bondscoaches eensluidend: overtraining.

Rik Verbrugghe: “Dat het sinds het uitbreken van de coronacrisis bijna altijd mooi weer is geweest was tegelijk een vloek en een zegen. In tegenstelling tot een aantal andere landen mochten Belgische renners wél buiten trainen, dus was het gevaar reëel dat er een aantal té vroeg té goed zouden zijn. In 2020 zal je tóp moeten zijn tussen augustus en eind oktober: eerder niet.”

Dat een aantal renners zich de voorbije weken op sociale media onderscheidde door het ondernemen van een aantal spectaculaire uitdagingen – monsterritten, een groot aantal keer dezelfde helling bedwingen,… – hielp de zaak van de doorsneerenner blijkbaar ook niet vooruit.

“Ik drukte mijn renners op het hart zich niet te laten opjagen door stunts van dat slag”, steekt Ludwig Willems een waarschuwende vinger op. Ook Carlo Bomans bracht het onderwerp ter sprake bij zijn kern. “Nergens goed voor, dat gedoe.”

Voor Filip Meirhaeghe moeten zijn renners een evenwicht zoeken tussen rustig trainen en heel af en toe een prikkel inbouwen. “Want je mag natuurlijk niet in slaap vallen.” Om de monotonie te doorbreken pleit een aantal coaches er trouwens ook voor even verder te kijken dan de eigen sporttak. Carlo Bomans: “Bewéég. Amuseer je. Pak eens een mountainbike of een crossfiets.”

Zelfs lopen en zwemmen moet kunnen voor Nicky Cocquyt. “Als je maar bezig blijft.” Sven Vanthourenhout raadt zijn renners aan van deze periode gebruik te maken om meer aandacht te besteden aan zaken als het werken aan de verdere ontwikkeling van bepaalde spiergroepen en core-stability. ”En als je thuis een paar rolschaatsen hebt liggen, ga dan gerust eens skeeleren bijvoorbeeld. Dat kan allemaal geen kwaad.”

Einde van de tunnel

Iedereen probeert er in deze uitzonderlijke omstandigheden en in afwachting van betere tijden zo veel mogelijk de goede moed in te houden. Ook de atleten. Want de schouder van de doorsnee bondscoach wordt in deze turbulente tijden zelden of nooit gebruikt om op uit te huilen. “Natuurlijk zijn er renners die met hun angst en onzekerheid bij mij terechtkomen”, laat Rik Verbrugghe weten. “Maar de huidige situatie is zó uitzonderlijk dat ik niet veel meer kan doen dan gewoon luisteren.”

Voorlopig blijft het voor iedereen wachten naar de terugkeer van het leven zoals het vroeger was. En de regelmaat die dat met zich meebracht. “School, studeren, trainen, rusten, eten en slapen: mijn jongens zijn hun ritme al een hele tijd kwijt”, treurt Carlo Bomans. “Eenvoudig is dat niet, geloof me.”

Vragen alom, maar geen enkele bondscoach die een concreet antwoord kan geven. Laat staan een goede afloop beloven. Nicky Cocquyt: “Ik draai mijn renners geen rad voor de ogen. Ik probeer hen klaar te stomen met een aantal kampioenschappen in het achterhoofd, maar tegelijk wijs ik hen er ook op dat het gevaar dat er de komende maanden helemaal niét gekoerst zal worden niet onbestaande is.”

Tekst: Guy Vermeiren
Foto’s: Photonews, Belgian Cycling

Recent

  • #weg

    Hoe TrainingPeaks de trainingsopvolging en -aansturing bij Belgian Cycling vergemakkelijkt

    07 mei 2020
    Presteren op wereldniveau? Dat is in eerste instantie een race tegen jezelf. Je eigen ik pushen om net dat tikkeltje...
  • #Nieuws

    Thierry Maréchal: “Geen kampioenschappen zonder heropening van de grenzen”

    29 april 2020
    Mountainbike? Nooit van gehoord, in het België van begin de jaren 80. Zelfs in de Verenigde Staten was de discipline...
  • #weg

    Drie federaties, één doel

    14 april 2020
    Interfederale Coördinatiecel probeert tijdens coronacrisis orde in de chaos te brengen Belgian Cycling werkt al sinds de oprichting van Cycling...
Menu