• Opstaan en slapen met Tokio


    20 februari 2020
    #piste

Bronzen medaillewinnaar Jolien D’Hoore wil nog eens schitteren op de Olympische Spelen

In de voorbereiding op de Olympische Spelen van Rio verlegde Jolien D’Hoore de eigen grenzen. Inspanningen die haar tot op het randje van haar eigen kunnen dreven. Gelukkig was de beloning navenant: een bronzen medaille. Met Tokio in het vooruitzicht is ze opnieuw bereid dezelfde beproevingen te ondergaan. “Omdat dat de enige weg is die naar succes leidt.”

Copy-paste… In de stellige hoop dat hard werk beloond zal worden. Jolien D’Hoore schuift de komende maanden alles opzij om nog een keer te kunnen schitteren op de Olympische Spelen. Ook al beseft ze dat de harde noten die ze vier jaar geleden kraakte de komende tijd opnieuw op haar weg zullen liggen. “Ik wil niet naar Tokio gaan in het besef dat ik er niet alles voor gedaan heb.”

Wat heeft het winnen van een olympische medaille veranderd voor jou? Ziet je leven er sinds die ene dag in Rio nog hetzelfde uit?


Jolien D’Hoore: “Als persoon ben ik alvast niet veranderd. En rondom mij is er eigenlijk ook niet zoveel gebeurd. Op het moment dat ik die medaille won dacht ik dat er wel een soort van doorbraak zou volgen, dat er sponsors op me af zouden komen, dat ik op financieel vlak goeie zaken zou doen. Maar dat viel echt tegen. Vóór en na de medaille: dat maakte eigenlijk weinig verschil uit. Al geef ik tegelijk wel toe dat die bronzen plak voor mij als atleet wel bevrijdend werkte. ‘Ik kán het’: dat was een mooi gevoel. Als topsporter is het leuk om zo’n momenten mee te kunnen maken: daarvoor train je tenslotte elke dag. Een medaille op de Olympische Spelen… Veel beter wordt het niet.”

En toch hoor ik een lichte ondertoon van teleurstelling in je stem.


“Vooraf leek het een ver-van-mijn-bed-show, een medaille winnen. En je hoort dan die verhalen over atleten die dat in het verleden ook gedaan hebben en die meteen belangstelling kregen van potentiële sponsors. Tja, en dan valt dat in de realiteit wat tegen. Niet alleen bij mij. Ook bij judoka Dirk Van Tichelt of zwemmer Pieter Timmers. Dat is nu eenmaal de realiteit in België, dus kniezen moet je daar niet over doen. Al was het wel een aangename bonus geweest.”

“Als je in Tokio de beste van de besten kan zijn, dat is het hoogst haalbare.”

Olympisch kampioen ben je voor het leven. Geldt dat ook voor iemand die een bronzen medaille wint?


“Dat wel. Die medaille pakt niemand me nog af. Die ligt thuis te pronken in een kast. Wereldkampioen worden is mooi. En het levert je een trui op die je een heel jaar kan tonen aan het grote publiek. Aan een olympische titel hou je dan weer geen shirt over, maar dat evenement is zó speciaal. Gewoon maar omwille van het feit dat het maar eens om de vier jaar plaatsvindt. Iedereen steekt járen in zijn voorbereiding, iedereen zakt in absolute topvorm af naar dat evenement. Als je dan de beste van de besten kan zijn, dat is het hoogst haalbare.”

 

 

Gaat je planning als atleet verder dan Tokio?


“Voorlopig niet. De Olympische Spelen zijn het grote doel voor 2020. Alles wat ik doe of laat staat in het teken van Tokio. Wat er nadien volgt is voorlopig nog een vraagteken. En zo hou ik het nog een tijdje. Om te denken aan later heb ik na de zomer nog tijd genoeg. Dat kost energie, en die heb ik voor andere dingen nodig.”

Je keuze voor de piste is natuurlijk onder meer ingegeven door het feit dat het wegparcours in Tokio behoorlijk lastig is. Zou je bij een vlakke omloop zijn gaan twijfelen?


‘Misschien wel, ja. In Rio had dat ook gekund, maar ook daar viel de keuze automatisch op de piste wegens te veel klimwerk. In principe is het nochtans mogelijk, want de wegwedstrijden vinden plaats in het openingsweekend, terwijl er pas in de slotweek van de Olympische Spelen op de baan gekoerst wordt. Ik zou elke keer in topvorm geweest zijn. Maar de parcoursbouwers hebben de beslissing twee keer op rij in mijn plaats genomen.”

Je maakt als lid van het team in de ploegenachtervolging kans op kwalificatie. En dan zijn er nadien nog omnium en/of ploegkoers. Moet je straks keuzes maken?


“Die keuzes komen in eerste instantie toe aan de bondscoach. Voorlopig is de hoofdzaak dat we met een voltallig vrouwenteam naar Tokio kunnen gaan. Dan zijn we met vijf gekwalificeerd. Eenmaal we in Tokio zijn beslist de coach wel wie in welk nummer wordt ingezet. Zelf heb ik daar weinig in te zeggen. Ik kan mezelf alleen maar bewijzen en tonen dat ik goed ben. Als ik op het juiste moment in topvorm ben heb ik mijn huiswerk alvast goed gemaakt.”

“Na twee zware valpartijen vroeg ik me af hoe lang ik nog wilde koersen. Tokio kreeg me terug in het zadel.”

Het is dus niet zo dat je op basis van je erelijst een streepje vóór hebt op de rest, dat je zelf je voorkeur mag uitdrukken?


“Niet echt, nee. Als er iemand beter en sterker is, dan rijdt die gewoon. Iedereen probeert de coach te overtuigen op basis van het vormpeil, zo simpel is dat.”

Deelnemen aan de ploegenachtervolging, hypothekeert dat je kansen in de twee andere nummers?


“Helemaal niet. De trainingen voor de ploegenachtervolging, dat zijn heel korte en intensieve blokken. Die heb je gewoon nodig om beter te worden, ook in het omnium en de ploegkoers. Je hebt trouwens twee à drie dagen rust na afloop van de ploegenachtervolging in het vooruitzicht van de nummers die later volgen. Ideaal dus om nog een paar keer echt goed diep te gaan, vooraf.”

Je hebt in 2019 onnoemelijk veel pech gehad, met onder meer twee zware valpartijen. Is het echt alleen het vooruitzicht op de Olympische Spelen dat je terug in het zadel heeft gekregen?


“Toch wel. Je bent 29, je valt tweemaal, je breekt elke keer iets en telkens volgt er een operatie. Dat zet je aan het denken. Je gaat je afvragen hoe lang je nog gaat koersen. Je twijfelt aan het nut van alweer een revalidatie, in het besef dat je bij je terugkeer in het peloton opnieuw het risico loopt om te vallen en wéér iets te breken. Want dat wilde ik echt niet nóg een keer meemaken. Ik had er echt genoeg van. En het was de eerste keer in mijn leven dat die vragen door mijn hoofd gingen spoken. Tot voor die twee valpartijen waren dat dingen die me niet bezighielden. Als ik terug die fiets op wilde moest ik een doel voor ogen houden. En dat was Tokio. De Olympische Spelen waren de drijfveer om terug te komen, om er nog één keer écht alles voor te doen. Als ik daar goed ben, straks, dan is het de moeite waard geweest.”

Moest je een soort van drempel over toen je weer in competitieverband ging fietsen? Zat de schrik er nog diep in?


“Dat viel eigenlijk nog mee. Als je een sprinter bent zoals ik moet je stoppen op het moment dat je de dingen die je op de fiets doet als gevaarlijk gaat beschouwen. Mijn comeback op de fiets was in Madrid. Op een stadsparcours, in de regen, spekglad omdat er olie op de weg lag en dus supergevaarlijk. In elke bocht lag er wel eentje tegen de grond, er waren er die gewoon stopten omdat ze bang waren. Ik dacht niet na en bleef gewoon doorrijden. Dus al bij al viel dat wel mee qua ‘smijten’. Eenmaal op de fiets dacht ik er niet meer aan.”

Krijg je van je merkenploeg carte blanche in je voorbereiding op de Olympische Spelen? Of spelen ze je na afloop van het WK op de piste meteen uit in de voorjaarsklassiekers?


“Ik mag mijn kalender volledig zelf kiezen. Het team krijgt de planning van mijn pistetrainingen, en ze steunen me volop in mijn ambities. Mijn ploegleider is Danny Stam, zelf een oud-baanwielrenner. Die weet dus perfect wat ik qua trainingen nodig heb in het vooruitzicht van Tokio. Ik heb dus zelf beslist om na de wintercampagne op de piste door te trekken op de weg, tot en met de Ronde van Vlaanderen. Nadien neem ik twee weken rust, zonder fiets. En nadien gaat de focus richting Tokio. Ik heb het vóór de Olympische Spelen van Rio ook zo gedaan, en dat pakte goed uit.”

“In topsport maken de kleinste procentpuntjes het verschil. En ik wil het risico niet lopen iets aan het toeval over te laten.”

Je had het vier jaar geleden in de aanloop naar Rio af en toe erg lastig, omdat je zó hard werkte in de voorbereiding.


‘Dat klopt. We waren maar met zijn tweetjes in de selectie, Jasper De Buyst en ik. En die aanloop was echt erg zwaar. Ik had het af en toe mentaal heel moeilijk, onder meer door de voortdurende uithuizigheid. Ik zag mijn familie bijna niet, en als ik heel af en toe eens in België was bracht ik de nacht door in het Bakala Center in een hoogtekamer. Ik sliep niet meer in mijn eigen bed. Als het heel uitzonderlijk toch eens lukte om thuis te zijn overnachtte ik in mijn tuinhuis, omdat daarin ook een hoogtetent was ondergebracht. Een deel van mijn voorbereiding op de Olympische Spelen gebeurde dus naast mijn kippenhok. Weet je, wat er achter de schermen gebeurt… Veel mensen weten dat niet, ze beseffen niet wat een atleet er allemaal voor doet. Er komt méér bij kijken dan trainen alleen. Ik was er 24/7 mee bezig. Ik stond op en ging slapen met die Olympische Spelen, vier à vijf maanden aan een stuk.”

Helemaal tot op het randje?

“Het was echt extreem, ook qua voeding. Ik had het gewoon niet langer kunnen volhouden.”

Staat je straks een gelijkaardige beproeving te wachten? Of reken je nu voor een stuk op je ervaring?


“Ik ben ervan overtuigd dat alleen zo’n fanatieke voorbereiding helpt om in topvorm naar de Olympische Spelen te gaan. Als je echt mikt op een medaille kan het niet anders. Want iederéén bereidt zich fanatiek voor op die wedstrijden. Iedereen is daar de allerbeste versie van zichzelf. In topsport maken de kleinste procentpuntjes het verschil. En ik wil het risico niet lopen iets aan het toeval over te laten. Op mijn voeding letten, alles wat ik in mijn mond steek natellen qua calorieën,… Ik heb mijn vriend al gewaarschuwd dat ik er nog één keer echt alles aan wil doen. Het wordt niet makkelijk, de komende tijd. Niet voor mij, niet voor hem, niet voor mijn familie. Maar dat is het leven van een topsporter, zeker?”

Tekst: Guy Vermeiren
Foto’s en video: Facepeeters

Recent

  • #weg

    “Onzekerheid is troef”

    07 april 2020
    Technisch directeur Frederik Broché moet huiswerk deels opnieuw maken na wijziging datum Olympische Spelen De kogel is door de kerk....
  • #Nieuws

    Onze partners dragen bij aan de strijd tegen corona

    02 april 2020
    De verspreiding van het coronavirus heeft een grote impact op de activiteiten van de Belgische bedrijven. Ook de vele partners...
  • #Nieuws

    'Heeren, vertrekt! In de kop van de Koers'

    12 maart 2020
    Is Vlaanderen Koers en is de Koers Vlaams? Veel Vlamingen kunnen zich in ieder geval geen voorjaar voorstellen zonder opzwepende...
Menu