• Bondscoach Peter Pieters ambitieus op de drempel van het EK op de piste


    15 oktober 2019
    #piste

“Mijn renners zijn er klaar voor”

De volgende halte van de ‘Tokyo Express’ is Apeldoorn. Van woensdag tot en met zondag vindt in de Nederlandse stad het EK baanwielrennen plaats. Alleen op het WK in Berlijn zijn meer kwalificatiepunten voor de Olympische Spelen te verdienen. Een bonus van jewelste voor wie het goed doet op de piste van het Omnisportcentrum, maar voor Peter Pieters mag dat niet het enige doel zijn. “Het EK is een evenement dat de laatste jaren enorm aan belang gewonnen heeft. Dus willen we in Apeldoorn goed voor de dag komen, los van de mogelijke puntenoogst die op het spel staat.”

Peter Pieters staat langs de baan naar de training van zijn renners te kijken, zijn onafscheidelijke tablet in de hand. De sportieve baas van de pisteselectie van Belgian Cycling ziet dat het goed is. “Mijn renners zijn er klaar voor.”

Een Europees kampioenschap is sowieso altijd een belangrijke afspraak. Maar dit jaar komt er een extra dimensie bij?

Peter Pieters: “In het verleden was dit evenement zo’n beetje een ondergeschoven kind. Je stuurde er zelfs niet altijd een ploeg heen, zeker niet als het een verre en dure verplaatsing betrof. Maar sinds het Europees kampioenschap een plaats heeft gekregen in de reeks wedstrijden die je moet afwerken om de nodige punten te verzamelen die je een olympische selectie kunnen opleveren is het belang van dit toernooi natuurlijk enorm toegenomen. Als je het WK even buiten beschouwing laat zijn er nergens meer punten te verdienen. Dus is het voor het Belgian Cycling Team ontzettend belangrijk dat we het in Apeldoorn goed doen. Met de ploegenachtervolging – zowel bij de vrouwen als bij de mannen – zitten we nog in de race om naar Tokyo te kunnen gaan, dus hoop ik dat we die ambitie de komende dagen kracht kunnen bijzetten. Dit EK is een unieke gelegenheid om het verschil te kunnen maken met je naaste concurrenten. Er zit dus behoorlijk wat druk op de renners. Afwachten hoe het loopt.”

“Toplanden op de piste zijn bezig met hoe ze in Tokyo zullen presteren. Wij moeten ons focussen op hoe we ons moeten kwalificeren.”

Ook jij kan in Apeldoorn een boel leren met het oog op de Olympische Spelen van volgend jaar.

“Na dit EK kan je uitmaken hoe je vervolgtraject zal verlopen. Dit klinkt misschien een beetje raar, maar de toplanden op de piste zijn nu al bezig met hoe ze in Tokyo zullen presteren. Wij moeten ons voorlopig focussen op hoe we ons kunnen kwalificeren. Dat maakt een enorm verschil qua benadering. Elke wedstrijd is voor ons eigenlijk een wereldkampioenschap. Dat geeft een enorme belasting voor de renners. Zestien kwalificatietoernooien, eigenlijk is dat onmenselijk. Maar wat wil je? België hoort bij de piste nu eenmaal bij de kleinere landen. En dan krijg je onvermijdelijk die extra belasting. Ik hoop alvast dat we zondagavond kunnen zeggen dat we dit traject kunnen afmaken. De renners hebben er alvast veel tijd en energie in gestopt. Dus hoop ik van harte dat die inspanningen vertaald kunnen worden in goeie resultaten.”

Zijn er disciplines waarin je al quasi zeker bent van kwalificatie voor de Spelen?

“Je moet in eerste instantie voorzichtig blijven. Het kwalificatietraject is maar voor de helft afgelegd. Maar met de ploegkoers staan we er bijvoorbeeld heel goed voor. Bij de jongens zeker. Bij de vrouwen zijn er wat problemen geweest met valpartijen en de onbeschikbaarheid van bepaalde renners, dus daar is nog wat werk op de plank. In eerste instantie hoop ik dat de vrouwen zich voor het WK kunnen plaatsen, dat zou al een grote stap in de goeie richting zijn. Maar wie kan nu al zeggen dat ze zeker zijn van het feit dat ze een aantal renners naar Tokyo kunnen sturen? Hooguit één of twee landen: Engeland en Australië. Maar ook zij moeten die toernooien rijden, hoor. Wij kunnen het ons heel misschien permitteren één manche te laten schieten, maar tegelijk wordt er ook geopperd toch alle wedstrijden te rijden met de hele groep. Als de renners het zien zitten, tenminste. Want er zijn er die zwaar belast worden, zowel op de weg als op de baan. Maar als je kans maakt op kwalificatie voor de Olympische Spelen zou het misschien zonde zijn niet ‘all the way’ te gaan. Na dit EK zijn er meteen Wereldbekerwedstrijden in Minsk en Glasgow, gelukkig bestemmingen die qua verplaatsing haalbaar zijn. Maar daarna begint het… Hongkong, Nieuw-Zeeland, Australië, Canada om nadien af te sluiten met het WK in Berlijn. Véél hooi op de vork. Als we op de Spelen geraken is dat een mooie prestatie, maar het zal veel van de renners gevergd hebben.”

“Zwitserland, Rusland en de Verenigde Staten zijn onze naaste concurrenten voor een plek op de Spelen. Op hen moeten we voorsprong nemen.”

Zit niet elke renner en elk land in hetzelfde schuitje?

“Grotendeels wel, ja. Al zijn er natuurlijk landen die zo rijk zijn aan talent dat ze af en toe een ‘tweede ploeg’ naar die wedstrijden kunnen uitsturen. Die luxe hebben we bij Belgian Cycling niet. Wij kunnen af en toe misschien eens een renner wisselen, maar daar houdt het dan ook bij op. Bij de mannen is het de laatste tijd iets beter. Daar kan ik putten uit een poule van een achttal renners. Dus daar zijn wel wat mogelijkheden. Al is dat ook relatief: in onze situatie hoor je nagenoeg altijd met je beste ploeg te starten, omdat je nergens punten kan laten liggen. Zwitserland, Rusland en de Verenigde Staten zijn onze naaste concurrenten. Het is op hén dat we voorsprong moeten nemen. En omdat de onderlinge waardeverhoudingen zo dicht bij mekaar liggen moeten we overal vól aan de bak. Knokken!”

Bij de vrouwen is de spoeling dunner.

“Daar zijn we met vijf. Er zijn nog twee veelbelovende junioren, maar die mogen nog niet internationaal rijden. Wat wil je dat ik zeg? In vergelijking met wegwielrennen en veldrijden is de baansport in België een kleine discipline. In andere landen is de piste nummer één. Daar gaan ze vanuit de baan de weg op. In België is die beweging andersom. Nu, de renners die op dit EK aantreden zijn allemaal gemotiveerd, en het zijn atleten van hoog niveau. Dus daar ben ik als coach dan weer blij mee.”

“Al mijn renners zullen na het WK in Berlijn ‘leeggepierd’ zijn. Maar er rest genoeg recuperatie- en opbouwtijd om klaar te zijn voor Tokyo.”

Het lijkt me niet vanzelfsprekend dat je frisse renners aan de start krijgt op de Olympische Spelen, na zo’n slopend kwalificatietraject.

“Ze zullen met zijn allen na het WK wel behoorlijk ‘leeggepierd’ zijn, veronderstel ik. Maar na het WK is er nog behoorlijk wat tijd om de draad richting Olympische Spelen weer op te pakken. Het is moeilijk, maar niet onhaalbaar. Het is voor iedereen een ongelooflijke uitdaging om Tokyo te halen, vooral voor jongere renners. Er zijn maar acht landen die mogen deelnemen, dus dat is niet veel.”

Wat is realistisch qua prognose? In welke nummers kunnen we aantreden op de Spelen, denk je?

“Normaal gezien ploegkoers en omnium. Als je plaatst voor de madison heb je automatisch ook startrecht in het omnium. Tja, en dan is er de ploegenachtervolging nog. Als je in teamverband kan plaatsen dan komen de plekken voor de madison uit die rennerspoule en hoor je je apart te kwalificeren voor het omnium. Kort samengevat: ploegkoers en keirin mag geen probleem zijn. Dan praat je sowieso over vijf renners. Maar het moet ons doel zijn met elf renners naar de Spelen te gaan. We zijn met het project-ploegenachtervolging begonnen, dus horen we dat ook af te maken.”

Vooral bij de mannen is de onderlinge concurrentie toegenomen. Houden ze mekaar scherp?

“Die jongens weten ook dat de beste renners de voorkeur zullen krijgen. Zo simpel is dat. Soms is het moeilijk kiezen tussen Jantje of Pietje, maar dat schrikt me niet af. De tijden die je op de piste klokt liegen nooit. Dat maakt het argumenteren makkelijker. Natuurlijk is er af en toe wel iemand teleurgesteld. Dat hoort ook zo. Maar ik heb nog niet meegemaakt dat er eentje boos was. Meestal zien ze de bui wel vooraf hangen.”

“Voor de renners is het belangrijk dat de entourage van de ploeg rust uitstraalt.”

Wat verwacht jij van je renners op het EK in Apeldoorn?

“Ik hoop dat we bij de beste vier eindigen in de ploegenachtervolging. Bij de mannen én bij de vrouwen. Dat zou heel mooi zijn. In de ploegkoers proberen we twee keer podium te rijden, en in alle andere onderdelen hoop ik dat er eentje bij de top-acht zit. En als Nicky Degrendele zich dan nog kan kwalificeren voor de finale in het keirin ben ik een tevreden man.”

Is Degrendele onze grootste medaillekandidaat op de baan in Peking?

“Moeilijk te zeggen. Want zowel in de keirin als in de ploegkoers moet je niet alleen goed zijn, je moet ook geluk hebben. Je moet net op het goede moment op de goede plek zitten. Je kan de sterkste zijn in de ploegkoers, maar als je niet de ruimte krijgt wordt het moeilijk. Dan kan het gebeuren dat een teams met intrinsiek minder kwaliteiten een rondje voorsprong pakken en val je op die manier naast het podium. Krek hetzelfde in de keirin. Je kan de snelste benen hebben, maar als je ingesloten wordt vis je ook achter het net.”

Merk je ook bij jezelf dat het stilaan spannender wordt?

“Niet echt. Ik draai al zoveel jaar mee. Ik heb al zes Olympische Spelen gedaan en ontelbare WK’s. Niet dat het een gewoonte wordt, nee, maar die ervaring helpt wel om de rust te bewaren bij je renners. Voor hen is het vooral belangrijk dat de mensen in de entourage van de ploeg dat uitstralen. We moeten het niet belangrijker maken dan het is, ook al is dit voor de baanrenners het allergrootste evenement. Wat dat betreft kan je ons vergelijken met atletiek. Ook zij hebben EK’s en WK’s, maar ook voor hen zijn de Spelen het allerbelangrijkste. In het wegwielrennen bijvoorbeeld heb je nog de Ronde van Frankrijk als evenement dat ook onvoorstelbaar veel uitstraling heeft. Dat hebben wij niet. Om het verschil even te duiden: als je wereldkampioen bent word je nadien automatisch ex-wereldkampioen. Een olympisch kampioen bén je. En dat blijf je. Dat vat het goed samen.”

Tekst: Guy Vermeiren
Foto’s: Face Peeters

Recent

  • #Nieuws

    "Niemand heeft excuses"

    04 augustus 2020
    Bondscoach Filip Meirhaeghe verwacht veel van zijn renners in eerste internationale competitie Eindelijk wordt er weer gekoerst. Ook bij de...
  • #weg

    Waakzaamheid, meer dan ooit

    24 juli 2020
    Voorzichtigheid en discipline zijn de ordewoorden als we willen blijven koersen Het coronavirus blijft onze maatschappij in een houdgreep houden....
  • #weg

    Veiligheid primeert

    06 juli 2020
    Belgian Cycling kijkt uit naar stages en koersen met nationale ploegen  De laatste renners die het shirt van Belgian Cycling...
Menu